De kruisbek (Loxia
curvirostra) is een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
Ze worden ongeveer 16 cm groot. De vogel leeft en nestelt in dennenbossen.
De snavelpunten zijn gekruist, zodat ze goed zaden uit sparrenkegels
kunnen halen. Als er weinig kegels zijn, gaan de vogels rondzwerven op
zoek naar voedsel en komen dan soms ook in grote aantallen naar Nederland.
De gekruiste snavel is overigens niet altijd even gemakkelijk te zien. Het
mannetje is oranjerood en het vrouwtje is groen
Veel Kruisbekken broeden
al in februari, omdat er dan veel dennenzaden en sparrenzaden voorhanden
zijn. Het nest is een stevig komvormig bouwsel, met een ondiepe binnenkom
van haren en veren. Het vrouwtje broedt de drie tot vier eieren in drie
weken uit, de sterk gestreepte kuikens verlaten pas na ruim drie weken het
nest, ze ontwikkelen zich ongewoon langzaam. Vergeleken met vogels van hun
grootte, broeden ze langer en worden de jongen ook veel langer gevoerd. Ze
zijn pas na een maand voeren zelfstandig. De eerste drie weken van hun
leven is de snavel nog recht.
De vogels eten zaden van
sparren, dennen en lariksen, door de kop zijdelings langs de kegel te
houden, worden de zaden eruit gepeuterd. Deze oliehoudende zaden bevatten
weinig water, dus moeten Kruisbekken regelmatig drinken. In de zomer eet
de Kruisbek ook bladluizen, rupsen, zaden van onkruiden, grassen, distels
en bessen. Omdat de vruchtoogst van jaar tot jaar verschilt, variėren de
aantallen ook enorm.
Het zijn bij ons zowel
standvogels als invasievogels. Aantallen variėren enorm per jaar,
afhankelijk van de vruchtoogst van dennen en sparren (in 1998 2500
3500, in 2000 minder dan 100).
|

Brabant, augustus 2009

Brabant, augustus 2009

Brabant, augustus 2009
%206.jpg)
Adult vrouwtje /
Noord-Brabant, januari 2006
%202.jpg)
Noord-Brabant, januari 2006
%207.jpg)
Noord-Brabant, januari 2006
%206.jpg)
Noord-Brabant, januari 2006
-7.jpg)
Noord-Brabant, januari 2006
|