Komen voor bij boerderijen en
dorpen in halfopen kleinschalig landschap.
De zeer tot de
verbeelding sprekende kerkuil broedt en jaagt vaak in menselijke omgeving,
maar slechts weinigen krijgen hem wat beter te zien. Veel voorkomende
broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en andere bouwwerken, een
enkele keer ook holle bomen. Het voedsel bestaat voornamelijk uit
veldmuizen, aangevuld met huisspits- en bosspitsmuizen.
Jonge
kerkuilen kunnen soms flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde
vogels verblijven hun leven lang in hetzelfde leefgebied. De
kerkuil staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname van het aantal
broedparen.
De afname van de kerkuil
werd deels veroorzaakt door het verdwijnen van nestgelegenheid in kerken
en boerenschuren. Begin jaren zeventig werd een nestkast-programma
opgezet. De speciaal voor de soort gemaakte nestkasten bleken goed aan te
slaan; inmiddels broedt zo'n tachtig procent van de Nederlandse kerkuilen
erin! De door Vogelbescherming ondersteunde Kerkuilen Werkgroep Nederland
bestaat uit regionale groepen die zich bezighouden met het aanbrengen en
onderhouden van nestkasten en het geven van voorlichting; een
schoolvoorbeeld van een goed geslaagd beschermings-initiatief. Toch blijft
bescherming natuurlijk niet bij kasten alleen. Alleen de aanwezigheid van
een rijke en gevarieerde kleine zoogdierfauna kan de soort op termijn
redden. Het aanbieden van voedsel in strenge winters heeft zeker zijn nut,
maar moet als een overgangsmaatregel worden gezien. Een natuurvriendelijk
beheer van dijken, wegbermen, randen van boomgaarden, akkers en sloten is
onontbeerlijk voor het behoud van de kerkuil in Nederland. In het kader
van het soortbeschermingsplan wordt in Friesland en de Achterhoek
momenteel onderzoek gedaan naar het beheer van perceelsranden en bermen
ten behoeve van muizen en daarmee van de kerkuil. Ook het waar mogelijk
muisvriendelijk inrichten van boerenerven kan een belangrijke rol spelen.
Bij de Kerkuilen Werkgroep is een speciale folder verkrijgbaar die dit
soort biotoop-maatregelen nader toelicht. Helaas vallen veel in wegbermen
jagende kerkuilen ten prooi aan het verkeer. De bermen van drukke wegen
dienen dus juist een muis-onvriendelijk beheer te krijgen, terwijl elders
voor compensatie gezorgd dient te worden, bij voorbeeld in de vorm van
ruige akkerranden en grazige dijkvegetaties. Verder is het zaak om precies
te weten te komen, welke factoren de kansen op een succesvol broedsel
bepalen. Nader onderzoek zal hier de komende jaren wellicht een antwoord
op kunnen geven. Verder is het geregeld onderzoeken van braakballen van
belang.
Aantal broedparen in
Nederland: 1368 broedparen (1998)
|