Grote Barmsijs,  Carduelis flammea / Common Redpoll

Handel - November 2005



Broedt in berkenbos, jonge naaldbomen en kleine, dichte groepen loofbomen in weiden, duinen en heide. Minder vaak in wilgen op kale hellingen. Broedt ook in tuinen, boomgaarden en op begraafplaatsen. In Alpen vaak in lariksbossen boven 1400m.

Kleiner dan Huismus. Kleine, gele, spitse vinksnavel met donker culmen. Lichte vleugelstrepen, zwarte bef, zwart teugelgebied, en donker voorhoofd met rode voorkruin. Iets toegeknepen ogen. Alleen adult mannetje in het voorjaar heeft veel helderrood op de borst; verder zijn geslacht en leeftijd in veld moeilijk te bepalen. Kan onder gunstige omstandigheden alleen met Witstuitbarmsijs verward worden.

Standvogel, met in sommige winters invasieachtig voorkomen van noordelijke vogels (oktober-maart). 

Broedvogel in Nederland sinds '1970. In de negentiger jaren is de stand weer danig geslonken.