Blauwe Kiekendieven komen
vooral voor in de duinen, op heidevelden, in moerassen en op braakliggende
velden. De waddeneilanden zijn in Nederland zeer belangrijk voor de blauwe
kiekendief. Maar liefst 85% van de Nederlandse blauwe kiekendieven broeden
daar.
De blauwe kiekendief is wat
kleiner dan de bruine Kiekendief. Het mannetje is lichtgrijs met een witte
buik. Het vrouwtje is van boven bruin en van onderen rossig bruin. Zowel
het mannetje als het vrouwtje hebben een kenmerkende witte stuitvlek.
De roofvogel leeft van
kleine zoogdieren (muizen, ratten, jonge konijnen en hazen) en van vogels
(fazanten, weidevogels en zangvogels). Laag zwevend boven open terrein
zoekt hij naar prooien. Wanneer een geschikte prooi in zicht is, laat hij
zich als een baksteen uit de lucht vallen en grijpt zijn prooi.
Verruigging van de
duinvalleien kan een bedreiging voor de blauwe kiekendief vormen, ze leven
liever in een opener landschap.
Blauwe kiekendieven
trekken in de herfst niet zo ver. Veel Scandinavische kiekendieven
overwinteren in zuid-Scandinavië tot midden-Europa. De kiekendieven die
in Nederland broedden overwinteren hier of vertrekken naar België,
Frankrijk en Engeland. Begin augustus vertrekken de vogels al naar hun
winterkwartier om eind maart weer naar hun broedgebied te gaan. In de
winter slapen blauwe kiekendieven op een gezamenlijke slaapplaats in het
duin.
Internationaal gezien is
Nederland een belangrijk gebied voor de blauwe kiekendief. Via de
vogelrichtlijn van de EU wordt de soort in Nederland extra beschermd.
Nederland moet extra beschermde gebieden instellen ter bescherming van de
soort.
Aantal
broedparen: 85 - 105
|