De Wilde Zwaan is iets
groter dan een Knobbelzwaan. De gemiddelde vleugelspanwijdte van 230
centimeter, is ruim zeven centimeter meer dan die van de Knobbelzwaan en
vijfendertig centimeter meer dan die van de Kleine Zwaan.
De broedgebieden strekken
zich uit van het noordwesten, het noorden en het noordoosten van Europa
tot aan de Oeral. De soort komt als broedvogel onder andere voor in het
noorden van Schotland, IJsland, Scandinavië en vooral in Rusland, maar
ook wel in wat meer zuidoostelijk gelegen landen, zoals Hongarije en
Slowakije.
De Wilde Zwaan is hier
uitsluitend wintergast en doortrekker. De exemplaren die uit het meest
westelijke deel van het broedgebied komen, overwinteren voornamelijk in
Groot-Brittannië en Ierland. Op het vaste land van West-Europa komen in
de winter hoofdzakelijk de exemplaren uit het oosten voor, die een meer
westelijke trekrichting aanhouden. In het midden van de winter zijn de
aantallen overwinterende Wilde Zwanen het hoogst. De eerste groepjes
arriveren vanaf november. De soort vertrekt weer naar de broedgebieden in
maart. Gedurende de tijd daarvoor zijn ze, onder andere te vinden op
zoute, brakke en zoete wateren, zoals de Zeeuwse Delta, het IJsselmeer-gebied of de Waddenzee. Ook in het rivierengebied houden
jaarlijks groepen Wilde Zwanen zich op. De aantallen overwinterende Wilde
Zwanen schommelen wat sterker dan die van de Kleine Zwaan, die ook hier
veelvuldig overwintert. In strengere winters zijn de aantallen Wilde
Zwanen duidelijk merkbaar hoger dan in de mildere jaren. Ze zijn wat
minder sterk gebonden aan zoet water dan de andere twee zwanensoorten
|

Noord-Brabant, december 2009

Noord-Brabant, december 2009

Noord-Brabant, december 2007

Noord-Brabant, november
2009

Noord-Brabant, januari 2010
/ een jonge en volwassen wilde zwaan

Noord-Brabant, januari 2010
|