Broedt in weelderige loofbossen met oude eiken, haagbeuken en iepen en combinatie van open plekken, weiden en dichte bosschages.
Voedsel bestaat uit insecten en boomsappen. Houdt zich meestal hoog in boomkruinen op en hipt vaak op dikke horizontale takken op zoek naar insecten. Nestholte vaak uitgehakt in vermolmde rottende boomstam of dikke tak (soms in schuine of zelfs bijna horizontale tak). Nestingang is ongeveer 4cm.
In Nederland sinds 1997 broedvogel in Midden en
Zuid-Limburg, maar elders zeldzaam. In Oost-België; schaarse tot
(in
Zuid-Oosten) vrij algemene broedvogel. Overwegend vogel van Centraal- en West-Europa.
|