Het juweel onder de
duikeenden is de Krooneend. Vooral de mannetjes zijn, met hun vosrode kop,
een lust voor het oog.
Krooneenden zijn
broedvogels van meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever,
waarin het nest wordt gebouwd. Een rijke onderwater vegetatie, liefst van
kranswieren, is een vereiste, daar deze planten de hoofdmoot van het menu
uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een
aanvulling hierop.
Wintergast en schaarse broedvogel. De Nederlandse krooneenden brengen
de winter groepsgewijs door op grote open wateren, van het IJsselmeer tot
in Zuidwest-Europa. Trekkers en overwinteraars zijn 's winters in vrij
behoorlijke aantallen te zien op het Markermeer.
Krooneenden staan op de Rode Lijst vanwege de sterke afname van het aantal
broedparen, in combinatie met een zeer beperkte verspreiding
Hoewel krooneenden
voedselrijk water prefereren, kan een te grote aanvoer van voedingsstoffen
leiden tot het verdwijnen van de soort. Een dergelijke eutrofiëring leidt
immers tot vertroebeling van het water en het verdwijnen van veel
waterplanten. In de Botshol bleek dat het terugdringen van de eutrofiëring
een herstel van de hoeveelheid kranswieren én een toename van de
krooneend tot gevolg had. Een verstandig waterbeheer van plassen en meren
lijkt dan ook de best denkbare beschermingsmaatregel. Verder is het behoud
van de rust, speciaal op de oevers van groot belang. Buiten de broedtijd
pleisteren veel, deels Nederlandse, krooneenden tegenwoordig op de Gouwzee
(een deel van het Markermeer) en het nabijgelegen reservaat Binnenbraak.
Behoud van de rust en van de onderwater vegetatie aldaar is onontbeerlijk
voor een verder herstel van de soort in ons land.
Aantal broedparen in
Nederland: ca 120-170 broedparen.
|