De
houtsnip is bijzonder goed gecamoufleerd. Zittend op de bosbodem is de
vogel nauwelijks te onderscheiden van gevallen blad en boombast. Deze
camouflage helpt echter niet wanneer de vogel vliegt; het is slechts dan
dat de vogels enigszins zichtbaar zijn. Daar heeft de houtsnip echter ook
iets op gevonden; ze worden pas een beetje actief wanneer de schemering
inzet. Tegen een donker wordende avondlucht kan het bolle silhouet van een
houtsnip nog wel eens gezien worden. In het voorjaar, wanneer baltsende
mannetjes lange vluchten maken, is de trefkans het grootst. Zoek dan in de
buurt van vochtige loofbossen met open plekken naar deze vogels.
Er zijn maar weinig vogelsoorten die zo'n verborgen bestaan leiden. Dat
geeft natuurlijk problemen bij het tellen van de houtsnip. Op basis van
tellingen en correcties van de aantallen voor de problemen bij het tellen,
komt men op zo'n 2.000 tot 3.000 paren. Dat zijn er minder dan in de
voorgaande inventarisatieperiode.
Eind jaren 1970 werden nog zo'n 3.000 tot 4.500 paren geschat, de
aantallen lijkt dus terug te lopen.
Vrij schaarse broedvogel, tamelijk algemene doortrekker en schaarse wintergast.
|
Noord-Holland, januari 2010
Noord-Holland, januari 2010

Noord-Holland, januari 2010

Noord-Holland, januari 2010

Noord-Holland, januari 2010
|