Je zou bij de Havik bijna
aan de Zwarte Specht denken. Dat uitbundig lachen, even op gang komen, en
dan lang aanhouden. Maar veel hoger en niet 'kluu-kluu-kluu' maar meer 'kie-kie-kie-ki-ki-ki-ki'.
De vogel is zowat zo groot als een Buizerd. Volwassen vogels hebben een
"zebra"-borst. Ze
komen voor in gevarieerd
landschap waarbij open stukken worden afgewisseld met bossen of bosjes.
Samen met de Vlaamse Gaai
vormt de Ekster een belangrijk deel van het menu dat de Havik in Nederland
nuttigt. Geen enkele Havik blijkt gespecialiseerd te zijn in het vangen
van een bepaalde prooisoort. Gewoonlijk grijpen zij wat op dat moment
voorhanden is c.q. passeert. Hooguit wordt op een bepaald moment gebruik
gemaakt van tijdelijk gemakkelijk te bemachtigen prooien. De prooiresten
van de Havik zijn te herkenen aan de aanwezigheid van de geheel
kaalgevreten schoudergordel met de beide vleugels en wat handpennen. De Havik is in Nederland een uitgesproken standvogel.
In het
verleden zeer ernstig bedreigd vooral door pesticiden. Maar ook, en nog
steeds, rechtstreeks door de mens. Nou ja, sommige mensen.
Jongen van haviken
verlaten Oost-Nederland omdat daar nog weinig houtduiven zijn om te eten.
Die duiven zijn in aantal gedaald, nu veel boeren van graan op maïs zijn
overgestapt. De ongeveer 1800 haviksparen eten graag hapjes van 100 à 400
gram en pakken daar wegens de voedselschaarste nu meer sperwers, valken en
buizerds. Hun eetlust is zo groot dat het aantal boomvalken binnen tien
jaar is gezakt van 2000 naar 750 paar. In bossen waar haviken leven, komen
nog amper boomvalken voor.
Aantal broedparen in
Nederland: 1.300-1.700 broedparen (1987), 1.800 broedparen (1999)
|